
Met een pesthumeur liep ik mijn kantoor uit. Wat een helse dag, het had maar even gescheeld of ik had serieus iemand vermoord. De bazin was in alle staten toen mijn assistente de hele dag niet op kwam dagen. Ik had dat mens wel kunnen slaan zoveel zeikte ze of ik alles wel redde, dat het haar speet. Ugh. Snel liep ik naar mijn huis en trok andere kleren aan. Uiteindelijk voelde ik me het beste in leren kleren.
Vanavond had ik weer een afspraak met Siri, ik stond te trappelen om te horen wat ie wilde voorstellen. Ik voelde me nu alweer rusteloos, wat voornamelijk door mijn werk kwam. Snel pakte ik mijn spullen, kleedde me om en liep de voordeur weer uit. Toen ik aangekomen was op de afgesproken plek was er nog niemand. Zo te zien was ik er dus eerder dan Siri. Stijf leunde ik tegen een muur aan, armen over elkaar.
Opeens voelde ik het in mijn nek prikkelen. Siri was aangekomen. Niet meer dan een seconde later voelde ik een hand op mijn schouder en ik glimlachte kil. "Ik zou je graag mee uit eten nemen vanavond. Geen zorgen, niet hier, in Verandan, die stad is groot genoeg om niet op te vallen. Zie het puur als een zakendiner, als we een tafeltje achteraf nemen kunnen we nog goed overleggen ook." met zijn zwarte ogen keek hij me aan. Uitdrukkingloos keek ik terug en knikte als wijze van toestemming. "Laten we gaan."
Ding-dong Terwijl ik een beetje zat op de bank, naast mama en papa, hoorde ik de bel gaan. Op de andere bank zaten 2 agenten. Ze wilden heel veel weten en ze vroegen heel veel dingen. Het enige waar ik aan kon denken was die vieze geur. "Lyna, Channing is er." zei mama zachtjes. "Waarom gaan jullie niet naar boven? De agenten hebben je vast niet meer nodig." Ik knikte en ging van de bank af.
Toen we naar boven liepen, naar mijn slaapkamer zeiden we niets. Channing zou vast willen weten waarom die agenten hier waren.